n-termen wiskunde A12 havo

De n-term van de laatste jaren

  1. 20081,0
  2. 20071,4
  3. 20061,5
  4. 20051,4
  5. 20041,1
  6. 20031,0

2008 in het kort

  • 6,5gemiddeld cijfer
  • 22%onvoldoende
  • 40 van 80punten voor een voldoende
  • 19.581kandidaten

Zo waren de cijfers verdeeld in 2008, in de steekproef van 2.344 leerlingen. Rood is onvoldoende, blauw voldoende.

De gegevens van dit vak lopen tot en met 2008.

Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.

Dit vak heet vanaf 2000 wiskunde A.

Alle jaren

Jaar n-termGem. cijfer% onvoldoendeP-waardeGem. scoreMax. scoreKandidaten
2008 1,0 6,5 22 0,61 48,9 80 19.581
2007 1,4 6,5 24 0,56 46,7 83 18.623
2006 1,5 6,1 31 0,51 41,3 81 17.899
2005 1,4 6,2 26 0,54 44,5 83 20.479
2004 1,1 6,2 29 0,57 47,0 83 19.956
2003 1,0 6,1 29 0,57 48,0 84 18.429
2002 1,8 5,8 41 0,44 40,0 90 16.051
2001 1,0 6,3 23 0,59 53,0 90 14.182

P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.

Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2008 tot en met 2008. Toon de verdeling

Grafieken

n-term

Stippellijn: gemiddelde (1,28)

P-waarde (% goed)

Stippellijn: gemiddelde (54,9%)

Gemiddeld cijfer

Stippellijn: gemiddelde (6,21)

Percentage onvoldoende

Stippellijn: gemiddelde (28,1%)

Kerngetallen

Omrekentabel 2008 n-voorspeller Vergelijk met ander vak Meetfout

Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,27 en voor het centraal examen 6,08. Het schoolexamen lag dus 0,19 hoger. Vergelijk met andere vakken

Hoe waren de scores verdeeld? (1 jaren, 2008–2008)

Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.

Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.

Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit

Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport