n-termen maatschappijkunde vmbo-kb
De n-term van de laatste jaren
- 20190,9
- 20180,9
- 20171,0maatschappijleer II
- 20161,7maatschappijleer II
- 20151,5maatschappijleer II
- 20140,9maatschappijleer II
2019 in het kort
- 5,9gemiddeld cijfer
- 28,1%onvoldoende
- 29 van 56punten voor een voldoende
- 37kandidaten
De gegevens van dit vak lopen tot en met 2019.
Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.
Inclusief de oude vaknaam maatschappijleer II. Die jaren zijn in de tabel gemarkeerd. Over vaknamen
Alle jaren
| Jaar | Vaknaam | n-term | Gem. cijfer | % onvoldoende | P-waarde | Gem. score | Max. score | Kandidaten |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | maatschappijkunde | 0,9 | 5,9 | 28,1 | 0,56 | 31,1 | 56 | 37 |
| 2018 | maatschappijkunde | 0,9 | 6,0 | 27 | 0,56 | 31,0 | 55 | 146 |
| 2017 | maatschappijleer II | 1,0 | 6,1 | 27 | 0,57 | 30,6 | 54 | 208 |
| 2016 | maatschappijleer II | 1,7 | 6,4 | 16 | 0,52 | 28,5 | 55 | 410 |
| 2015 | maatschappijleer II | 1,5 | 6,1 | 30 | 0,51 | 28,3 | 56 | 365 |
| 2014 | maatschappijleer II | 0,9 | 6,1 | 27 | 0,57 | 32,7 | 57 | 395 |
| 2013 | maatschappijleer II | 1,3 | 6,1 | 25 | 0,53 | 29,6 | 56 | 478 |
| 2012 | maatschappijleer II | 2,1 | 6,2 | 20 | 0,46 | 25,8 | 56 | 2.707 |
| 2011 | maatschappijleer II | 1,7 | 5,9 | 30 | 0,46 | 25,5 | 55 | 2.977 |
| 2010 | maatschappijleer II | 2,0 | 6,1 | 25 | 0,45 | 25,5 | 56 | 2.841 |
| 2009 | maatschappijleer II | 0,9 | 6,0 | 31 | 0,56 | 30,5 | 54 | 3.076 |
| 2008 | maatschappijleer II | 1,0 | 6,1 | 27 | 0,56 | 33,5 | 60 | 3.183 |
| 2007 | maatschappijleer II | 1,4 | 6,3 | 19 | 0,54 | 30,3 | 56 | 3.051 |
| 2006 | maatschappijleer II | 1,0 | 6,1 | 23 | 0,57 | 29,7 | 52 | 2.989 |
| 2005 | maatschappijleer II | 1,2 | 6,1 | 22 | 0,55 | 28,6 | 52 | 2.869 |
| 2004 | maatschappijleer II | 0,6 | 6,1 | 25 | 0,61 | 31,0 | 51 | 2.642 |
P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.
Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2008 tot en met 2016. Toon de verdeling
Grafieken
Stippellijn: gemiddelde (1,26)
Stippellijn: gemiddelde (53,6%)
Stippellijn: gemiddelde (6,10)
Stippellijn: gemiddelde (25,1%)
Kerngetallen
- 1,26gemiddelde n-term (16 jaar)
- 0,6laagste, in 2004
- 2,1hoogste, in 2012
- 6,1gemiddeld cijfer
- 37kandidaten in 2019
Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,31 en voor het centraal examen 6,26: vrijwel gelijk. Vergelijk met andere vakken
Hoe waren de scores verdeeld? (8 jaren, 2008–2016)
Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.
Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.
Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit
Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport