n-termen maatschappijleer II vmbo-kb

De n-term van de laatste jaren

  1. 20171,0
  2. 20161,7
  3. 20151,5
  4. 20140,9
  5. 20131,3
  6. 20122,1

2017 in het kort

  • 6,1gemiddeld cijfer
  • 27%onvoldoende
  • 27 van 54punten voor een voldoende
  • 208kandidaten

De gegevens van dit vak lopen tot en met 2017.

Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.

Dit vak heet vanaf 2018 maatschappijkunde.

Alle jaren

Jaar n-termGem. cijfer% onvoldoendeP-waardeGem. scoreMax. scoreKandidaten
2017 1,0 6,1 27 0,57 30,6 54 208
2016 1,7 6,4 16 0,52 28,5 55 410
2015 1,5 6,1 30 0,51 28,3 56 365
2014 0,9 6,1 27 0,57 32,7 57 395
2013 1,3 6,1 25 0,53 29,6 56 478
2012 2,1 6,2 20 0,46 25,8 56 2.707
2011 1,7 5,9 30 0,46 25,5 55 2.977
2010 2,0 6,1 25 0,45 25,5 56 2.841
2009 0,9 6,0 31 0,56 30,5 54 3.076
2008 1,0 6,1 27 0,56 33,5 60 3.183
2007 1,4 6,3 19 0,54 30,3 56 3.051
2006 1,0 6,1 23 0,57 29,7 52 2.989
2005 1,2 6,1 22 0,55 28,6 52 2.869
2004 0,6 6,1 25 0,61 31,0 51 2.642

P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.

Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2008 tot en met 2016. Toon de verdeling

Grafieken

n-term

Stippellijn: gemiddelde (1,31)

P-waarde (% goed)

Stippellijn: gemiddelde (53,3%)

Gemiddeld cijfer

Stippellijn: gemiddelde (6,12)

Percentage onvoldoende

Stippellijn: gemiddelde (24,8%)

Kerngetallen

Omrekentabel 2017 n-voorspeller Vergelijk met ander vak Meetfout

Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,31 en voor het centraal examen 6,26: vrijwel gelijk. Vergelijk met andere vakken

Hoe waren de scores verdeeld? (8 jaren, 2008–2016)

Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.

Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.

Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit

Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport