n-termen scheikunde vwo

De n-term van de laatste jaren

  1. 20261,6
  2. 20251,7
  3. 20240,9
  4. 20231,2
  5. 20221,3
  6. 20211,4

In de laatste vijf examenjaren (2022–2026) lag de n-term tussen 0,9 en 1,7, gemiddeld 1,3. Van het ene jaar op het volgende veranderde hij gemiddeld 0,3.

Een voorspelling is dat niet: de nieuwe n-term hangt af van hoe het examen dit jaar gemaakt wordt. Weet je ongeveer hoe je leerlingen scoorden, dan geeft de n-voorspeller een schatting. Welk cijfer bij welke score hoort, staat in de omrekentabel.

2026 in het kort

  • 6,1gemiddeld cijfer
  • 34%onvoldoende
  • 30 van 68punten voor een voldoende
  • 22.580kandidaten

Zo waren de cijfers verdeeld in 2026, in de steekproef van 19.896 leerlingen. Rood is onvoldoende, blauw voldoende.

Bijgewerkt tot en met examenjaar 2026. De n-termen van 2027 verschijnen op woensdag 16 juni 2027.

Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.

Inclusief de oude vaknaam scheikunde 12. Die jaren zijn in de tabel gemarkeerd. Over vaknamen

Alle jaren

Jaar Vaknaam n-termGem. cijfer% onvoldoendeP-waardeGem. scoreMax. scoreKandidaten
2026 scheikunde 1,6 6,1 34 0,50 34,1 68 22.580
2025 scheikunde 1,7 6,3 25 0,52 34,0 66 22.629
2024 scheikunde 0,9 6,6 18 0,64 40,7 64 22.978
2023 scheikunde 1,2 6,8 16,8 0,62 40,9 66 24.026
2022 scheikunde 1,3 6,8 17,4 0,61 39,1 64 24.632
2021 scheikunde 1,4 6,6 19,5 0,57 36,2 63 24.927
2019 scheikunde 1,6 6,6 16,7 0,55 37,0 67 25.429
2018 scheikunde 1,7 6,6 16,5 0,54 36,5 67 25.185
2017 scheikunde 1,6 6,6 18 0,55 37,1 67 24.999
2016 scheikunde 1,6 6,5 19 0,54 37,6 69 21.347
2015 scheikunde 1,7 6,9 14 0,58 40,4 70 21.651
2014 scheikunde 1,2 6,8 16 0,62 43,6 70 20.541
2013 scheikunde 1,7 6,9 14 0,57 39,6 69 21.304
2012 scheikunde 0,5 6,6 14 0,68 47,8 70 20.308
2011 scheikunde 0,8 6,5 19 0,63 42,2 67 20.771
2010 scheikunde 1,6 6,4 22 0,54 38,7 72 18.424
2009 scheikunde 12 1,3 6,5 23 0,58 39,4 68 8.973
2008 scheikunde 12 0,9 6,4 24 0,61 42,4 69 8.424
2007 scheikunde 12 0,7 6,3 26 0,62 43,8 71 7.886
2006 scheikunde 12 0,8 6,5 21 0,63 43,5 69 7.545
2005 scheikunde 12 0,6 6,5 22 0,66 44,7 68 7.431
2004 scheikunde 12 0,7 6,8 17 0,68 48,0 71 6.970
2003 scheikunde 12 0,8 6,7 18 0,65 46,0 70 6.453
2002 scheikunde 12 1,0 6,8 18 0,64 45,0 71 5.842
2001 scheikunde 1,0 6,4 26 0,60 41,0 68 10.432
2000 scheikunde 1,0 6,5 24 0,61 55,0 90 13.000

P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.

Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2008 tot en met 2026. Toon de verdeling

Grafieken

n-term

Stippellijn: gemiddelde (1,19)

P-waarde (% goed)

Stippellijn: gemiddelde (59,8%)

Gemiddeld cijfer

Stippellijn: gemiddelde (6,58)

Percentage onvoldoende

Stippellijn: gemiddelde (20,0%)

Kerngetallen

Omrekentabel 2026 n-voorspeller Vergelijk met ander vak Meetfout

Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,56 en voor het centraal examen 6,29. Het schoolexamen lag dus 0,27 hoger. Vergelijk met andere vakken

Hoe waren de scores verdeeld? (18 jaren, 2008–2026)

Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.

Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.

Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit

Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport