n-termen wiskunde A12 vwo

De n-term van de laatste jaren

  1. 20091,3
  2. 20080,9
  3. 20070,7
  4. 20060,7
  5. 20051,0
  6. 20041,5

2009 in het kort

  • 6,2gemiddeld cijfer
  • 28%onvoldoende
  • 39 van 84punten voor een voldoende
  • 12.992kandidaten

Zo waren de cijfers verdeeld in 2009, in de steekproef van 2.271 leerlingen. Rood is onvoldoende, blauw voldoende.

De gegevens van dit vak lopen tot en met 2009.

Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.

Dit vak heet vanaf 2000 wiskunde A.

Alle jaren

Jaar n-termGem. cijfer% onvoldoendeP-waardeGem. scoreMax. scoreKandidaten
2009 1,3 6,2 28 0,54 45,3 84 12.992
2008 0,9 6,2 29 0,58 49,1 84 11.729
2007 0,7 6,1 30 0,60 51,1 85 10.562
2006 0,7 6,0 30 0,59 49,2 83 10.955
2005 1,0 6,2 29 0,57 49,4 86 11.717
2004 1,5 6,1 32 0,51 44,0 87 11.568
2003 1,5 5,9 38 0,48 44,0 90 10.532
2002 1,4 6,3 29 0,54 49,0 90 9.292

P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.

Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2008 tot en met 2009. Toon de verdeling

Grafieken

n-term

Stippellijn: gemiddelde (1,13)

P-waarde (% goed)

Stippellijn: gemiddelde (55,1%)

Gemiddeld cijfer

Stippellijn: gemiddelde (6,13)

Percentage onvoldoende

Stippellijn: gemiddelde (30,6%)

Kerngetallen

Omrekentabel 2009 n-voorspeller Vergelijk met ander vak Meetfout

Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,63 en voor het centraal examen 6,78. Het centraal examen lag dus 0,15 hoger. Vergelijk met andere vakken

Hoe waren de scores verdeeld? (2 jaren, 2008–2009)

Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.

Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.

Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit

Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport