n-termen Nederlands vmbo-bb

De n-term van de laatste jaren

  1. 20170,9
  2. 20160,8
  3. 20151,2
  4. 20141,1
  5. 20131,2
  6. 20121,4

2017 in het kort

  • 6,4gemiddeld cijfer
  • 21%onvoldoende
  • 21 van 40punten voor een voldoende
  • 76kandidaten

De gegevens van dit vak lopen tot en met 2017.

Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.

Alle jaren

Jaar n-termGem. cijfer% onvoldoendeP-waardeGem. scoreMax. scoreKandidaten
2017 0,9 6,4 21 0,61 24,2 40 76
2016 0,8 6,6 7 0,64 25,6 40 290
2015 1,2 6,5 10 0,59 23,7 40 230
2014 1,1 6,6 9 0,61 25,5 42 269
2013 1,2 6,6 10 0,60 23,0 38 174
2012 1,4 6,4 12 0,55 21,6 39 76
2011 1,3 6,2 17 0,54 21,2 39 376
2010 1,4 6,4 16 0,55 21,5 39 1.568
2009 0,6 6,3 17 0,63 31,1 49 3.105
2008 1,2 6,3 16 0,57 25,5 45 3.686
2007 1,1 6,7 8 0,62 27,9 45 16.748
2006 1,2 6,4 15 0,58 29,1 50 24.229
2005 0,5 6,4 16 0,66 33,0 50 32.310
2004 0,0 6,4 16 0,71 36,0 50 35.369

P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.

Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2009 tot en met 2010. Toon de verdeling

Grafieken

n-term

Stippellijn: gemiddelde (0,99)

P-waarde (% goed)

Stippellijn: gemiddelde (60,4%)

Gemiddeld cijfer

Stippellijn: gemiddelde (6,44)

Percentage onvoldoende

Stippellijn: gemiddelde (13,6%)

Kerngetallen

Omrekentabel 2017 n-voorspeller Vergelijk met ander vak Meetfout

Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,37 en voor het centraal examen 6,60. Het centraal examen lag dus 0,23 hoger. Vergelijk met andere vakken

Hoe waren de scores verdeeld? (2 jaren, 2009–2010)

Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.

Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.

Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit

Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport