n-termen biologie vmbo-bb

De n-term van de laatste jaren

  1. 20161,1
  2. 20151,9
  3. 20141,3
  4. 20130,8
  5. 20121,1
  6. 20110,5

2016 in het kort

  • 6,2gemiddeld cijfer
  • 24%onvoldoende
  • 20 van 41punten voor een voldoende
  • 116kandidaten

De gegevens van dit vak lopen tot en met 2016.

Verder op deze pagina: alle jaren in een tabel, grafieken en de verdeling van de scores.

Alle jaren

Jaar n-termGem. cijfer% onvoldoendeP-waardeGem. scoreMax. scoreKandidaten
2016 1,1 6,2 24 0,57 23,4 41 116
2015 1,9 6,5 13 0,51 20,9 41 109
2014 1,3 6,0 32 0,53 21,0 40 40
2013 0,8 6,3 25 0,61 26,7 44 56
2012 1,1 6,3 20 0,58 22,5 39 54
2011 0,5 6,2 17 0,64 24,9 39 165
2010 1,2 6,2 16 0,56 21,2 38 431
2009 1,4 6,3 22 0,54 22,2 41 1.034
2008 1,5 6,1 23 0,52 23,7 46 1.295
2007 0,7 6,2 23 0,61 25,8 42 6.025
2006 0,0 6,3 20 0,70 24,6 35 8.639
2005 0,8 6,4 15 0,62 24,0 38 11.531
2004 0,7 6,4 19 0,63 34,0 54 12.289
2003 1,1 6,4 21 0,58 33,0 56 12.652

P-waarde: het deel van de punten dat gemiddeld is gehaald (0,62 betekent 62%). Klik op een kolomkop om te sorteren.

Hoe waren de scores verdeeld? Bekijk per jaar hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden, van 2009 tot en met 2010. Toon de verdeling

Grafieken

n-term

Stippellijn: gemiddelde (1,01)

P-waarde (% goed)

Stippellijn: gemiddelde (58,6%)

Gemiddeld cijfer

Stippellijn: gemiddelde (6,27)

Percentage onvoldoende

Stippellijn: gemiddelde (20,7%)

Kerngetallen

Omrekentabel 2016 n-voorspeller Vergelijk met ander vak Meetfout

Schoolexamen en centraal examen. In 2025 was bij dit vak het gemiddelde cijfer voor het schoolexamen 6,13 en voor het centraal examen 6,18: vrijwel gelijk. Vergelijk met andere vakken

Hoe waren de scores verdeeld? (2 jaren, 2009–2010)

Per jaar zie je hoeveel leerlingen elk aantal punten haalden. Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen precies dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende.

Gebaseerd op de steekproef van Cito, niet op alle kandidaten. Ga met de muis over een staaf voor het cijfer en het aantal leerlingen. Bron: Cito, “betekenis van cijfers” en frequentieverdelingen.

Wat als de n-term anders was? Verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes. Probeer het uit

Deed je dit examen zelf? Zie op welke plek je stond met je cijfer. Maak je examenrapport