Meetfout

Geen enkel examen meet perfect. Had een leerling op een andere dag, met andere vragen, examen gedaan, dan was de score net anders geweest. Het Cito geeft per examen aan hoe groot die onzekerheid is: de standaardmeetfout.

natuur- en scheikunde 1 vmbo-bb, 2015

punten.

Dat is een 6,2. Door de meetfout ligt de “echte” score waarschijnlijk tussen 23 en 29 punten (cijfer 5,7 tot 6,7), en vrijwel zeker tussen 20 en 32 punten (5,1 tot 7,2).

waarschijnlijk (68%) vrijwel zeker (95%) grens voor een 5,5 (22 punten)

Alle vakken in 2015 vmbo-bb

Gesorteerd op de meetfout in cijferpunten: hoe groot de onzekerheid is, omgerekend naar het cijfer. Zo kun je vakken met een verschillende maximumscore vergelijken.

VakMax. scoreMeetfout (punten)Meetfout (cijfer)Betrouwbaarheid
biologie 41 2,7 ± 0,59 0,50
natuur- en scheikunde 1 51 3,3 ± 0,58 0,70
aardrijkskunde 49 3,1 ± 0,57 0,60
economie 45 2,8 ± 0,56 0,60
Engels 39 2,4 ± 0,55 0,80
Nederlands 40 2,3 ± 0,52 0,70
wiskunde 61 3,0 ± 0,44 0,80
Wat betekenen meetfout en betrouwbaarheid?

Standaardmeetfout. Stel dat een leerling hetzelfde examen heel vaak zou kunnen maken, met steeds andere, even moeilijke vragen. De scores zouden dan wat heen en weer gaan rond een “echte” score. De standaardmeetfout is de maat voor die spreiding: in ongeveer twee op de drie gevallen ligt de gemeten score binnen één meetfout van de echte score, en in 95% van de gevallen binnen twee meetfouten.

Betrouwbaarheid. Een getal tussen 0 en 1 dat zegt hoe consistent het examen meet. Hoe hoger, hoe kleiner de meetfout ten opzichte van de verschillen tussen leerlingen. Ongeveer geldt: meetfout ≈ standaardafwijking × √(1 − betrouwbaarheid).

Meetfout in cijferpunten is hier berekend als 9 × meetfout ÷ maximumscore: zoveel verandert het cijfer als de score één meetfout hoger of lager is.

Een sterretje (*) bij de betrouwbaarheid staat zo in de bron van het Cito.