Voorspelbaarheid
De n-voorspeller gaat ervan uit dat een moeilijker examen (lagere p-waarde) een hogere n-term krijgt. Bij het ene vak klopt dat veel beter dan bij het andere. Hier zie je per vak hoe goed die lijn past.
- 95vakken met minstens 6 jaar
- 0,80mediaan R²
- 73goed voorspelbaar (R² ≥ 0,7)
- 3nauwelijks (R² < 0,3)
Hoe lees je dit?
Per vak wordt door alle jaren een rechte lijn getrokken tussen de p-waarde en de n-term, precies zoals de n-voorspeller doet. R² zegt hoe goed de punten bij die lijn passen: 1,0 is perfect, 0 betekent dat de p-waarde niets over de n-term zegt.
Een hoge R² betekent dat de normering bij dat vak vooral de moeilijkheid van het examen compenseert: is het slechter gemaakt, dan gaat de N omhoog. Bij een lage R² spelen andere dingen een grotere rol, zoals verschillen tussen leerlingpopulaties, aanpassingen in het correctievoorschrift of veranderingen in het vak.
Dat de lijn bij veel vakken goed past, is geen toeval. Het cijfer is ongeveer 9 × p-waarde + n-term. Als het gemiddelde cijfer van een vak elk jaar ongeveer gelijk blijft, dan móét de n-term omlaag als de p-waarde omhoog gaat, met zo’n 0,9 per 10 procentpunt. Een vak met een helling ver van 0,9, of met een lage R², is een vak waar het gemiddelde cijfer per jaar echt verschilt.
De kolom n-term bij 10%-punt lagere p zegt hoeveel de n-term volgens de lijn stijgt als het examen 10 procentpunten slechter wordt gemaakt. Oude vaknamen tellen mee (zie Vaknamen). Vakken met minder dan 6 jaren staan er niet in.