n-voorspeller

Vul in hoe goed het examen landelijk is gemaakt en krijg een “educated guess” van de n-term. Let op: hier kunnen geen rechten aan worden ontleend.

Kon je 65 punten halen en haalden leerlingen gemiddeld 36 punten, dan is dit (36/65) × 100 = 55%. Dit getal is meestal pas goed in te schatten als het examen al is geweest.

Welke jaren tellen mee?

Hoe werkt het?

De voorspeller zoekt in alle eerdere jaren van het gekozen vak het verband tussen de p-waarde (welk deel goed is gemaakt) en de n-term. Vul jouw inschatting van de p-waarde in, en je ziet welke n-term daar volgens die lijn bij hoort.

Meer uitleg staat onder aan deze pagina.

Hoe is het gegaan?

“Hoe is het gegaan? Hoe hebben je leerlingen het gedaan?” Vroeger kon je als docent in de tijd tussen het examen en de uitslag daar onderling nog wel eens een uitspraak over doen. Toen ik in het onderwijs begon (1995/1996) telden de punten voor natuurkunde nog op tot 90 en wist je dat een leerling met bijvoorbeeld 57 punten een 6,7 ging krijgen. Sinds 1998 gaat dat niet meer zo.

Bij het voorspellen van de n-term ga ik uit van een aanname die maar ten dele klopt. Je zou kunnen zeggen: als er elk jaar een grote groep leerlingen examen doet, is het logisch dat die elk jaar hetzelfde gemiddelde cijfer halen. Examenopgaven maken is geen sinecure, dus als een examen een jaar wat slechter is gemaakt, ligt dat waarschijnlijk aan de toets en niet aan de leerlingen. De n-term kan dat oplossen. Is het langjarig gemiddelde een 6,3 en wordt het dit jaar met n-term 1 een 6,1, dan is het geen gek idee om de n-term 1,2 te maken. Dan is het weer in lijn met de afgelopen jaren.

Zo gaat het in werkelijkheid echter niet. Bij Duits op de havo ligt het gemiddelde altijd rond de 6 en varieert het tussen 5,7 en 6,1, en bij wiskunde B op het vwo varieert het tussen 6,4 en 7,1. De voorspelling klopt dus sowieso niet!

Weeg ook mee of er aanvullingen op het correctievoorschrift zijn. Moet een vraag door een fout voor iedereen goed worden gerekend, dan wordt de N vaak iets lager, omdat leerlingen dan al op een hoger cijfer beginnen.

Technisch: hoe wordt er gerekend?

De n-termen en p-waarden van het gekozen vak worden uit de database gehaald. Daarna wordt er een lineair verband tussen die twee gezocht met de kleinste-kwadratenmethode.

Dat levert een formule op in de vorm n-term = a · p-waarde + b. In die formule vul ik jouw ingeschatte p-waarde in; wat eruit komt, is de geschatte n-term. Die zie je ook in de grafiek. Eigenlijk is dit gewoon de n-term die ervoor zorgt dat het cijfer gelijk wordt aan het gemiddelde van de eerdere jaren.

De “betrouwbaarheid” onder de schatting is de determinatiecoëfficiënt R². Die geeft aan hoe goed de punten bij de lijn passen. Hoe dichter bij 1,0, hoe beter.

Nogmaals: hecht geen waarde aan deze voorspelling.