Wat als de n-term anders was?
Een tiende erbij of eraf lijkt weinig. Kies een examen, verschuif de n-term en zie wat dat doet met het gemiddelde cijfer en het aantal onvoldoendes.
Nederlands havo
- gemiddeld cijfer
- onvoldoende
- punten voor een voldoende
Elke staaf is een score: hoe hoger de staaf, hoe meer leerlingen dat aantal punten haalden. Rood is onvoldoende, blauw is voldoende; de grens schuift mee met de n-term.
| n-term | Gem. cijfer | Onvoldoende | Voldoende vanaf |
|---|
Hoe werkt dit?
Het cijfer voor een centraal examen volgt uit de score en de n-term (zie de Omrekentabel). Van elk examen is bekend hoeveel leerlingen welke score haalden. Daarmee is voor elke n-term uit te rekenen welk cijfer al die leerlingen hadden gekregen.
- Het gemiddelde schuift gelijk op. Een tiende n-term erbij is voor bijna elke leerling een tiende cijfer erbij. Alleen aan de randen, bij de laagste en de hoogste scores, gelden andere regels.
- De onvoldoendes verspringen. De grens voor een voldoende ligt altijd op een heel aantal punten. Soms verandert die grens niet als de n-term een tiende opschuift; dan blijft het percentage onvoldoendes gelijk.
- Steekproef. De berekening gaat over de leerlingen van wie de school de scores aan Cito doorgaf. De uitkomst kan daardoor een fractie afwijken van de gepubliceerde cijfers. Het aantal kandidaten in de zin onder het schuifje is een schatting voor alle kandidaten.
- De echte n-term. Die stelt het CvTE na het examen vast en ligt bijna altijd tussen 0,0 en 2,0. Deze pagina laat alleen zien hoe gevoelig de uitkomst is; meer over de normering staat bij Achtergrond.